zaterdag 31 juli 2010

Ik schreef jou en jij las mij

De mouw van mijn lievelingspyjama zit vol snot bij gebrek aan zakdoeken in de buurt. Al bedenk ik me dat ik hier heel veel leuke, kleurige papieren zakdoekjes heb liggen. Maar ik gebruik ze nooit. Mijn wangen staan vast onder een laag opgedroogde tranen. Het is de pyjama die ik droeg toen ik de deur open deed voor de politieagenten. Het zijn de tranen die normaal 's avonds komen maar vandaag besloten 's ochtends eens goed te stromen.

Het is de eerste vrije ochtend van de komende twee vrije weken. Ik had de tranen verwacht maar niet zo snel. Terwijl ik ook wel beter had kunnen weten. In mijn pyjama, met de tranen ruim ik mijn kamer bij mama op. Sinds jouw dood is het een zootje en is het een plek waar ik eigenlijk niet meer wil zijn. Ik ben niet meer graag hier, ik ben niet graag in mijn eigen studiootje. Ik ben mijn veilige plek kwijt en dat is voelbaar. Maar het is vooral zichtbaar. De fijnheid die deze kamer ooit uitstraalde is weg. Hoevaak je hier wel niet bent binnengelopen en dan rondkeek, mij zag freubelen aan het fijnste bureau wat ik van jou kreeg en dan zei "Wat heb je toch een fijn kamertje" en dat is waar. Ik had zo'n fijne kamer. Ik had mijn hobbyspullen hier. Ik had mijn rust, mijn creativiteit. Ik had mijn vader vlak bij me en de geluiden van jou maakte dit tot een fijne plek. Dat merk ik nu pas. Ik heb me vaak geërgerd aan je te luide tv of je eindeloze gerommel, hoe je op 's avonds laat nog eens besloot wat boekenplanken te verplaatsen. Maar zo was jij, zo zijn wij. Het zuchten en de irritatie van mams als wij in een impulsieve bui besloten ieder onze kamers om te gooien. Hoe we dan kastjes uitwisselden, soms zelfs een bureau wat helemaal een zooi opleverde. Maar zo waren wij en dat is hoe ik ons mis. Hoe ik jou mis. De stilte hier naast is zo hard.

Tussen de zooi, de ongeordende zooi vind ik de brief die ik typte op de typemachine die ik van jou kreeg. Het is de brief die ik de avond voor je begrafenis in jouw borstzakje deed. Ik wilde eigenlijk een moment alleen en stelde het maar uit. Maar mama bleef beneden en uiteindelijk viel ze in slaap op de bank. Terwijl zij sliep heb ik de brief in jouw borstzakje gedaan. Ik heb je tientallen kussen gegeven op je koude hoofd. Wetend dat het binnen 12 uur niet meer kon. Ik fluisterde zachtjes tegen je. Heb heel je gezicht gestreeld en aangeraakt. Je armen, je handen, elke vinger. Alles wat ik nog aan kon raken heb ik aangeraakt. Jouw koude huid onder mijn warme huid. De brief was een eerbetoon aan jou. Wat ik me eigenlijk pas besefte toen ik deze net terug las. De tranen stromen over mijn wangen omdat het waar is wat ik schreef. Omdat ik zou willen dat ik dat alles één keer in je gezicht had gezegd. Dat we één moment hadden gehad dat we beide goede praters waren geweest. Maar dat moment konden we niet vinden, we hebben het wel gezocht, maar het lukte nog niet. Maar weet dat het waar is papa. Ik ben trots op je en dankbaar, dankbaarder dan ik ooit zal zijn. Ik hoop dat je in de hemel de brief nog vaak overleest en weet dat dit meisje, jouw dochter zielsveel van je houdt.


Hier is de brief te lezen

maandag 19 juli 2010

Honderd veel te lange dagen...

100 dagen zonder jou papa. Ik probeer al de hele dag te omschrijven hoe die honderdste dag voelt. Vooral wat er die honderd dagen allemaal voorbij is gekomen. Maar het enige wat echt lukt is zuchten. Zuchten omdat 100 dagen veel te lang zijn. Omdat het 100 lange dagen zijn geweest en we nog zoveel honderden gaan komen. Ik zucht omdat ik je mis, omdat het schrijven niet lukt. Maar vooral omdat ik al 100 dagen hoop dat je toch niet dood bent en je vandaag weer terugkomt. Hier, terug bij ons. Bij mama die je zo vreselijk mist, bij Tico die te vaak voor de deur ligt te wachten, bij mij omdat ik het zat ben papa. Ik ben de stilte zat. De leegte, het gemis en de nog altijd ondraaglijke pijn. Ik ben het zat dat je dood bent en die honderd dagen zijn er honderd teveel geweest. We hebben laten zien dat we het kunnen, nu mag je weer thuiskomen. Alsjeblieft.

zaterdag 17 juli 2010

'Nog steeds hopen dat je morgen thuis komt' - tranen

We vieren de verjaardag van je oudste dochter op de camping. Je jongste kind blijft thuis, hij sluit zich af en wilt niks. Het enige wat je nog van zolder hoort zijn de klanken van het gitaarspelen. Ik ben blij dat hij dat nog doet, zelfs nu jij niet meer stiekem aan de zoldertrap kan luisteren omdat je het zo mooi vindt maar hij stopt als iemand boven komt. Maar hij wilt niet mee dus zitten we met je vrouw, je vier kinderen, je schoonzus en je jongste schoondochter. Ik heb voor je dochter een tegeltje laten drukken. Met de foto van de zon en de molen die ons zo raakt. Met daarop de tekst die we die zondag apart van elkaar uit een gedicht pikte 'I hold you close to me, I release you to be so free. Because I am in you and you are in me' Het werd ons zinnetje voor jou. Ik zie haar slikken als ze het tegeltje ziet maar ze is er blij mee. Van mama krijgt ze net zo'n hangertje als ik kreeg. Nu dragen we alledrie een perkamentrol met daarin 'Papa' en 'Mac' gegraveerd en op de achterkant je geboorte en sterfdatum. Het is iets wat ons drieën met jouw verbind. Na de cadeautjes spelen we Bingo, lachen en genieten. Ik win de 'hoofdprijs' - de hele kip. Waar vooral je oudste zoon op aasde. Maar ik win hem en ik neem hem mee naar huis.

Begin van de nacht rijden we met zijn 5en terug naar 3 verschillende huizen. We rijden langs het ziekenhuis en het verleden slaat me vol met zijn twee vuisten in mijn gezicht. De tranen stromen en het duurt een seconde voor ik de klap met de tranen link en zie je voor me liggen. Dood. In dat kamertje. Het is het ziekenhuis waar we op de zaterdag naar toe reden, waar we verzamelden met zijn 6en. Waar ze je stoffelijk overschot noemde in plaats van mijn papa. Het koude kille kamertje, het zien van jouw neus en gezicht vanaf de deur. Het knikje waarvan ik me nu afvraag wat er was gebeurd als ik nee had geknikt. Als ik had ontkent dat jij het was. Natuurlijk had ik dat niet gekund en die agent had aan onze reactie al precies door dat jij het was. Maar toch. Dat ene knikje dat bevestigde dat jij de dode man hier op tafel was.

De film is een stukje doorgespeeld. De politieagenten zijn nu vervangen door de scene aankomen bij het ziekenhuis, mijn oudste broer die 'kom hier meisje' zegt als ik begin te huilen, van het wachten in de hal, uitleggen aan de receptioniste dat we onze overleden vader komen identificeren, het aan moeten horen hoe iemand jou stoffelijk overschat noemt en hoe ik daar over viel, het kamertje, het grauwe, het knikje. Mama die wil dat je wakker wordt, het opmerken dat je nog precies naar papa ruikt, ik die je de eerste kus op je dode hoofd geef, mama die je de tweede geeft, de tranen van je oudste zoon. Dat stomme, stomme kamertje, de lijkschouwers met hun witte pakjes en witte klompen. Jij, dood, koud en grauw.

Ik huil en vecht tegen de tranen met de koude kip op mijn schoot. Ik wil naar huis. Ik wil de drempel over stappen, de deur dicht slaan en breken. Alle tranen op de grond laten kletteren. Ik kom thuis, met die kip. Die stomme, stomme kip. Als jij nog had geleefd zou ik blij zijn geweest. Ik had je hem trots laten zien wetende dat we morgen zouden braden en jij er van zou smullen. Je was zo dol op gebraden kip uit de oven. Maar je bent er niet meer en als ik in bed lig, de tranen stromen en ik tegen je praat besef ik me dat ik jou mis. Maar ik mis ook het zeggen van 'Papa' Het hard op vragen, roepen, zeggen. Pap. Nu zeg ik het tegen de stilte en het heeft geen zin. Ik kan het niet laten om te zeggen dat ik hoop dat je morgen, of desnoods overmorgen weer thuis kan komen. Dat je op vakantie bent en we zoals gewoonlijk niet weten wanneer je precies thuiskomt. We weten het ongeveer, maar je komt altijd onverwachts. Ik hoop dat je morgen thuiskomt, of overmorgen. Als het moet dan die dag erna. Maar niet later papa, niet later.

zaterdag 10 juli 2010

Eén enkel mens ontbreekt en heel de wereld lijkt leeg

Drie maanden geleden, ook op een zaterdagochtend. Die ochtend sliep ik heerlijk papa, totaal niet meekrijgen wat er die uren nog geen 1600 meter van mijn bed gebeurde. Vanochtend ben ik onrustig, de warmte maar ook weer die zaterdagochtend. Hij wilt niet meer. Toch ben ik elke zaterdagochtend weer even bang dat Tico zal aanslaan en de bel gaat. Twee mensen voor de deur en ik in mijn onwetendheid nooit gedacht dat het politieagenten zouden zijn. Tot de laatste seconde was ik naïef want ik dacht nog, wat heeft ie nou weer uitgespookt. Had je maar wat uitgespookt papa, daar had ik achteraf om kunnen lachen. Nu was dit het begin van een hele, hele slechte film.

In mijn hoofd is vooral dat moment blijven hangen. De politieagenten voor de deur. Het controleren van de naam en het vragen of ze binnen mogen komen. Die beginscene van die belachelijke film staat op herhalen in mijn hoofd. Constant het moment van het staan bij de tussendeur en horen dat jij onwel bent geworden. Bij het woord onwel wist ik eigenlijk genoeg. Er worden zoveel mensen onwel en zoveel mensen knappen daarna weer op. Maar bij jou betekende onwel dat je dood was. Het typische is dat ik in die scene vooral mezelf zie. Ik zie die ogen, de schrik, het ongeloof en het tegelijkertijd weten dat het waar is.

Het was het begin van de drie maanden, die voorbij zijn gevlogen. Waarin je kinderen je naar huis hebben gedragen en woensdags naar de begraafplaats. Ik vraag me af hoe mama dat ervaren heeft. Haar vijf volwassen kinderen, hun vader uit het huis dragen. Het huis waar ze ruim 25 jaar gewoond hebben. Maar ik ben zo blij dat je die dagen thuis bent geweest papa. Ik had je nergens anders willen hebben. We wilden je allemaal die laatste dagen bij ons hebben. Het aan kunnen raken, de eindeloos vele kussen die we je hebben kunnen geven. Het huilen, het hysterisch huilen boven je kist. Tico die zijn snuit voor de laatste keren in je gezicht duwde. Het zijn al die momenten geweest die ervoor zorgde dat we je een heel, heel klein stukje los konden laten. Net genoeg om die kist uit het huis te dragen en je in die vreselijke diepte te moeten laten zakken. Die vreselijk nare diepte, waar we nooit meer bij je kunnen. Niet even over je buik aaien, geen kussen op je koude kale voorhoofd. Niet meer even je stijf geworden hand vastpakken en de mijne er in duwen. Nooit meer een briefje in je borstzak kunnen doen. Nooit meer is voor altijd...

Drie maanden en mama zei bij de eerste maand 'En dan is er een maand voorbij, de eerste, het is gelukt.' De tweede maand lukte ook en nu, nu is de derde maand ook gelukt. Alles gaat maar door en je word meegesleurd. Maar er zijn zoveel dagen dat je jezelf en de wereld naar voren moet duwen. Dat het moeite kost om wakker te worden en nog meer moeite om 's avonds weer naar bed te gaat. De dagen dat het er allemaal niet meer toe doet, dat de tranen watervallen vormen en niet meer te stoppen te zijn. De dagen van het zuchten en het veel te grote gemis. Van het zitten bij een graf en nog altijd niet het besef hebben dat jij daar ligt papa. Drie hele harde maanden, van een leeg hart en een leeg huis. Hoe het leven je dwingt om door te gaan terwijl je alleen maar wilt blijven staan, terug wilt. Langzaam aan komt die vierde maand er van zelf bij. Het is niet meer te stoppen. We moeten verder...

dinsdag 6 juli 2010

Het eerste levensjaar zonder jou

Je zou haar dankbaar zijn. Het meisje wat jij als één van de weinige net ontmoete mensen gelijk mocht, de klik en de band die jullie samen hadden. Ik ben haar dankbaar geweest omdat zij jou weer mijn vader maakte. Ze ontdooide iets in jou wat er voor zorgde dat jij weer open stond naar mij toe. Ik heb haar toen bedankt voor het teruggeven van mijn vader. Want zo voelde het. Zij heeft mij de laatste maanden de vader gegeven waar ik zo ontzettend dol op was. Dat meisje heeft er gisteravond voor gezorgd dat ik het laatste half uur van mijn 22 zijn stikkend van het lachen heb gelegen. Om 12.00 belde ze terug om samen met Elvis de hond voor mij te zingen. Waarna het lachen weer verder ging. Het voelde goed om te kunnen lachen in plaats die eeuwige tranen. Ik ben haar dankbaar en ik weet dat jij dat ook bent.

Ik kon gerust in slaap vallen en werd rustig wakker, gelukkig. En toch weet ik dat het een hele moeilijke dag gaat worden. Hoe mama op haar web-log schrijft hoeveel moeite het kost en hoeveel zeer het doet... Het is zo. Alle keren dat er de afgelopen weken werd gevraagd 'Wat wil je voor je verjaardag?' en ik in mijn hoofd gilde 'Wat ik wil? Papa!' maar dit met moeite nooit uitsprak om anderen niet ongemakkelijk te laten voelen. Maar het was het enige wat ik echt wil.

Maar natuurlijk sta je niet vanochtend naast het traditionele ontbijtje. Maar misschien vind ik nog het ergste dat je niks op de kaart hebt kunnen schrijven. Dat je er vandaag niet zou kunnen zijn, dat zou kunnen. Maar dat je niks op de kaart hebt geschreven, daar kan geen reden voor zijn. Ja, één reden en dat is dat jij dood bent. En blijkbaar is dat reden genoeg...

Ik ga je missen vandaag. Ik mis je vandaag, ietsje meer dan andere dagen. Op een andere manier dan andere dagen. Ik wil gillen dat het niet eerlijk is maar zo ben ik niet. Je bent er niet en daar zal ik het mee moeten doen. Morgen is het gelukkig weer een normale dag, met 'gewoon' gemis.

zondag 4 juli 2010

It's your happiness I want most of all and for that I'd do anything at all

Ik zucht en vecht tegen de tranen. Ik wist dat het moeilijk zou gaan worden maar ik had niet verwacht dat ik tegen watervallen moest gaan vechten. Niet al vanaf het moment dat ik wakker werd. Het komt te dichtbij, over twee dagen ben ik jarig. Ik word 23, zonder jou. En dat idee, dat doet idioot veel zeer. Ik had best 43 zonder jou willen. Misschien zelfs wel 33. Maar niet 23. Ik zou willen dat je één keer in je leven je verjaardag over mag slaan. Geen idee wat er de komende jaren nog gaat gebeuren maar ik had mijn joker nu ingezet.

Nu, omdat ik nu met heel mijn lijf voel dat ik niet ga trekken. Ik heb nooit waarde gehecht aan mijn verjaardag. Nooit echte waarde. Ik hoefde het niet perse te vieren met vrienden, niet eens perse met familie. Als er maar één iemand was die er aan dacht en dat was jij. De hele wereld mocht mijn verjaardag vergeten en dat kwetste me dat wel maar pas als jij het zou vergeten, dan zou het echt zeer doen. Maar je vergat hem nooit, gelukkig. Je hebt er één keer, op de ochtend zelf niet aan gedacht. Omdat Quintijn naar het ziekenhuis moest voor zijn operatie maar dat heb ik je allang vergeven. Ik weet dat je me nooit echt zou vergeten. Hoe zou je ook ooit kunnen na al die keren dat je mij vertelde hoe zeer het doet als je vader je verjaardag vergeet, wat je uit eigen ervaring wist. Het werd mijn angst maar je vergat hem nooit en daar ben ik je dankbaar voor.

Maar toch, ondanks de 21 keer dankbaar en 1 keer vergeven zijn wil je nu hier hebben. Het is raar hoe je 8314 dagen gewend bent om je vader in de buurt te hebben. We waren nooit echt ver weg van elkaar. En als we het waren, dan dachten we veel aan de ander. Ik aan jou, in ieder geval. Het is niet te bevatten hoe iemand na zoveel dagen ineens niet meer bij je in de buurt kan zijn. Je bent nog 4 (en een stukje van 5) dagen dood bij me geweest. Ondanks dat je al dood was, waren het hele waardevolle dagen. Maar daarna ging je onder de grond en sinds 14 april ben ik je aan het zoeken. Ik zoek je nog steeds. In mezelf, in de wind, in vogels, bij je graf. Vrijdag zocht ik je nog op de Engh maar echt vinden doe ik je niet. Nadia zei dat ik tegen je moest praten en dat deed ik woensdagavond, ik praatte, ik huilde, ik praatte, huilde nog meer en tussendoor moest ik zelfs nog even lachen. Ik dacht aan hoe je op de Nieuweweg reed en je fiets doormidden brak. Het was goed om met je te praten al weet ik nog steeds niet waar je bent. Ik zou zo graag antwoorden willen hebben. Of jij mij kan zien, of je me hoort, of je dit alles aanvoelt en gelooft of ik hier ooit door heen kom. Want dat geloof is voor mij zelf ver te zoeken...

Maar waar het vandaag om gaat, ik ben bijna jarig en vandaag komt heel je gezin bij elkaar. Je kinderen, je schoonkinderen, je kleinkinderen. Ze zijn vandaag allemaal in je huis. Voor mij. En ik? Ik heb net de deur op slot gedaan omdat ik weet dat ze er voorlopig nog niet zullen zijn maar ik zou liever de deur niet meer open doen. Laat hem maar dicht, laat mij hier maar zitten. In dit lege huis. We kunnen wel proberen dit huis op te vullen maar het doet er allemaal niet toe. Ik snap niet waarom ik het doe. Macht der gewoonte zeker. En zo gewoon is het niet. Ik zit hier te huilen, ik luister Motherland op repeat zoals jij ook zo vaak deed. Ik vier het op zondag en ik kan me niet herinneren dat we het ooit op zondag hebben gevierd. Het zijn de kleine dingen die anders zijn maar ze geven aan dat er iets niet klopt. En het zal nooit meer kloppen. Dit huis, jouw gezin bij elkaar - zonder jou, dat klopt niet. Ik vroeg aan Nadia waarom ik dit eigenlijk doe. Ze antwoordde dat jij dit had gewild en heel, heel even werd ik boos op jou papa. Omdat ik niet wil dat jij dit wilt. Daarna formuleerde ze het anders door 'Papa had niet gewild dat jij alleen, verdrietig op je kamer had gezeten' en dat begreep ik wel. Je zou me niet verdrietig willen zien maar dit, dit wil ik eigenlijk niet. Laat mij maar verdrietig zijn. Ik zal nog wel een keer jarig zijn en dan zal ik wel weer genieten papa. Maar nu lukt het me niet op de watervallen te stoppen en het enige waar ik me aan vast probeer te houden is wat Natalie zingt in jouw lievelingsliedje 'It's your happiness I want most of all and for that I'd do anything at all' en dat is wat ik ga proberen. Vanmiddag. En als dat even niet lukt dan heb ik Tico nog om weg te kunnen vluchten.

Pap, ik weet niet hoe, maar als er ook maar heel klein beetje de mogelijkheid om hier te zijn vandaag. Bij ons, voelbaar. Niet zichtbaar maar voelbaar voor mij (en mama en Nadia), wil je er dan alsjeblieft zijn. Alsjeblieft.

woensdag 30 juni 2010

Mag dit de laatste keer zijn, nooit meer en nooit meer zo klein.

‘k Zoek mezelf maar een andere dag
Want deze is kapot
Deed al raar vanaf het begin

‘k Zoek mezelf maar een andere dag
Want deze heeft geen zin
Zoveel liefde zomaar weggerukt

Stel dat ik ooit een dag vind dat ik niet
Een dag dat ik niet aan jou denk
Ik haat de dag dat het me lukt


~ Acda en de Munnik :: De laatste keer zijn


Pap, ik stop er mee. Ik stop met het denken dat het wel gaat. Ik stop met het wegduwen aan jou denken want het voelt niet goed. Het lukt alleen om te doen of het gaat als ik jou zo ver mogelijk in mij weg druk. Maar toch kruip je constant weer naar boven. Vooral 's avonds, als de kamer naast me veel te stil blijft, denk ik veel aan je. Het is een zinloos gevecht want ik wil wel aan je denken. Ik wil je dicht bij me voelen maar het doet ook vreselijk veel zeer. Het is tijd om zacht uit te spreken dat het niet gaat want het gaat niet. De tranen, het gemis, het nog altijd niet kunnen begrijpen.

Ik weet dat ik op mijn plek zit wat baan betreft want het is de enige plek waar ik eerlijk durf toe te geven dat het een dag niet gaat. Gelukkig heb ik fijne collega's die gelijk alles uit handen nemen en zeggen dat ik vandaag wel even wat zon mee moet pikken en die tranen mag laten gaan. Ik glimlach en zeg dat die al druk bezig zijn. Soms lukt het groot houden niet meer en dan zit ik op de bank met een wcrol om mijn neus te snuiten. Mama schrikt als ze naar beneden komt en mij in de schaduwen zit zitten. Ze heeft nog niet door dat ik zit te huilen en begroet Tico. Terwijl ze door de kamer loopt zonder echt naar me te kijken praat ze tegen me. Als ik niet reageer kijkt ze me aan, ziet mijn tranen van dichterbij en zegt 'Het gaat niet he...' En ik kan alleen maar bevestigen. Het gaat niet meer. Ik hoor hoe zij begint te huilen omdat ze haar dochter ziet huilen. Het doet ons beide zeer, de ander zien huilen van verdriet. Ze omarmt me en het snikken begint. Pas als mama haar armen om me heen slaat komt het echte huilen met snikken en stikken, elke keer weer. En zoals elke keer komt Tico zijn snuit tussen onze armen door als hij het gesnik van mij hoort. Het doet zeer pap. De keren dat je me hebt zien huilen was altijd op de bank, tijdens de gesprekken die we met zijn drieën hadden. Maar je hebt nooit je dochter en vrouw samen zien huilen en nu zitten we hier. We zwijgen want er zijn geen woorden meer om te beschrijven hoe dit voelt, hoe zwaar het is. Uiteindelijk benoemd mama het als 'wat een kutzooi' en ik glimlach. Want papa, als mama zegt dat het een kutzooi is, iets wat ze nooit zegt, dan is het 't ook. We missen je en zijn het verdriet zat. We willen alle tranen, het verdriet, de onmacht en deze hele kutzooi ruilen voor jou. Jou weer terug hier bij ons.

zondag 27 juni 2010

De zomer is aangebroken, zonder jou

De zon heeft haar plek in de blauwe lucht gevonden en ik besluit om net als elk jaar mijn bad weer op te zetten. In de schuur 'zoek' ik je compressor en vind hem in het midden van je schuur. Ik herinner me hoe je de luchtbedden van Eva en mij jaren geleden eens opblies met je compressor en hoe we de week erna stikte van het lachen bij Jan Jaap van der Wal omdat hij het over compressors, doedelzakken en bakfietsen had. Drie hele typerende 'jou' dingen. Het zijn van die kleine dingen je blijft herinneren. Nu moet ik mezelf zien te redden met je compressor en ben blij dat het een makkelijk ding is. Tico komt bij me staan in de schuur, hij snuffelt rond en ik zie hem aan jou denken. 'De baas he...' fluister ik. Onze lieve Tico kijkt me aan en duwt zijn kop in mijn schoot. We missen je allebei. Hij is je nog niet vergeten pap en ik denk niet dat hij je ooit zal vergeten. Wees daar maar niet bang voor. Als jij ondanks je dood zijn had kunnen zien hoe hij reageerde, de eerste seconde dat hij je in de kist zag liggen. De herkenning, zijn reactie, het breken van mijn hart omdat hij dacht dat hij je terug had gevonden. Als je dat, op welke manier dan ook, had kunnen zien, dan had je de rest van hoe lang je nog dood gaat zijn nooit getwijfeld of hij je vergeten zou. We gaan je niet vergeten.

Ik mis je in de tuin pap. De zomer staat verbonden aan jou. Omdat je veel meer thuis was. Of niet zozeer thuis, maar in het zicht. Je zat graag buiten, je blote witte buik en je spillepootjes zoals ik ze nooit mocht noemen. Maar je had ze wel. Ik mis die spillepoten pap. Ik mis hoe je de kamer binnen kwam met het zweet op je rode shirt van het fietsen naar de kringloopwinkels. Hoe je dan met lome slokken koude cola of limonade met een rietje dronk. Daarna in je korte broek en blote barst. Jij hoort bij de tuin, bij de zomer, bij de zon. Jij hoort bij het in bad liggen en hoe jij dan altijd keek naar het bad met het verlangen om er zelf in te liggen. Maar je deed het nooit, zelfs niet als ik aandrong.

Als ik dan nu in het bad lig, mis ik je. De zomerdagen voelen leeg zonder jou. De zon verwamt lang niet zo heet als vorige jaren. Ik schrijf in de luchtbelletjes dat ik je mis. Ik mis je zoals je de lucht in je longen zou missen. Ik mis je bedrukkend en verstikkend omdat ik me af vraag hoe het leven lukt zonder jou in de buurt.