Het is de eerste vrije ochtend van de komende twee vrije weken. Ik had de tranen verwacht maar niet zo snel. Terwijl ik ook wel beter had kunnen weten. In mijn pyjama, met de tranen ruim ik mijn kamer bij mama op. Sinds jouw dood is het een zootje en is het een plek waar ik eigenlijk niet meer wil zijn. Ik ben niet meer graag hier, ik ben niet graag in mijn eigen studiootje. Ik ben mijn veilige plek kwijt en dat is voelbaar. Maar het is vooral zichtbaar. De fijnheid die deze kamer ooit uitstraalde is weg. Hoevaak je hier wel niet bent binnengelopen en dan rondkeek, mij zag freubelen aan het fijnste bureau wat ik van jou kreeg en dan zei "Wat heb je toch een fijn kamertje" en dat is waar. Ik had zo'n fijne kamer. Ik had mijn hobbyspullen hier. Ik had mijn rust, mijn creativiteit. Ik had mijn vader vlak bij me en de geluiden van jou maakte dit tot een fijne plek. Dat merk ik nu pas. Ik heb me vaak geërgerd aan je te luide tv of je eindeloze gerommel, hoe je op 's avonds laat nog eens besloot wat boekenplanken te verplaatsen. Maar zo was jij, zo zijn wij. Het zuchten en de irritatie van mams als wij in een impulsieve bui besloten ieder onze kamers om te gooien. Hoe we dan kastjes uitwisselden, soms zelfs een bureau wat helemaal een zooi opleverde. Maar zo waren wij en dat is hoe ik ons mis. Hoe ik jou mis. De stilte hier naast is zo hard.
Tussen de zooi, de ongeordende zooi vind ik de brief die ik typte op de typemachine die ik van jou kreeg. Het is de brief die ik de avond voor je begrafenis in jouw borstzakje deed. Ik wilde eigenlijk een moment alleen en stelde het maar uit. Maar mama bleef beneden en uiteindelijk viel ze in slaap op de bank. Terwijl zij sliep heb ik de brief in jouw borstzakje gedaan. Ik heb je tientallen kussen gegeven op je koude hoofd. Wetend dat het binnen 12 uur niet meer kon. Ik fluisterde zachtjes tegen je. Heb heel je gezicht gestreeld en aangeraakt. Je armen, je handen, elke vinger. Alles wat ik nog aan kon raken heb ik aangeraakt. Jouw koude huid onder mijn warme huid. De brief was een eerbetoon aan jou. Wat ik me eigenlijk pas besefte toen ik deze net terug las. De tranen stromen over mijn wangen omdat het waar is wat ik schreef. Omdat ik zou willen dat ik dat alles één keer in je gezicht had gezegd. Dat we één moment hadden gehad dat we beide goede praters waren geweest. Maar dat moment konden we niet vinden, we hebben het wel gezocht, maar het lukte nog niet. Maar weet dat het waar is papa. Ik ben trots op je en dankbaar, dankbaarder dan ik ooit zal zijn. Ik hoop dat je in de hemel de brief nog vaak overleest en weet dat dit meisje, jouw dochter zielsveel van je houdt.
Hier is de brief te lezen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten