Vandaag was ik met mams weer even naar Spakenburg. Sinds ze weet dat ze vanaf hier zo makkelijk daar heen kan wilt ze steeds terug. Als een echte Huizer is ze dol op Vissersdorpen. De sfeer, de mensen. Het heeft iets.
Vorige keer hoorde ik hoe de dames die nog in klederdracht lopen vier jaar in rouw gaan met hun kleding. Ze dragen blauw en paars wanneer ze in rouw zijn. Wanneer je je vader, moeder of kind verliest duurt de rouw en dus het dragen van die kleuren vier jaar. Vier jaar. Het ontroerde me omdat het zo mooi is. Vier jaar elke dag laten zien aan de buitenwereld dat jij rouwt om diegene die is overleden.
Op zulke momenten zou ik bijna willen dat ik klederdracht draag. Niet alleen omdat het gewoon iets moois is en het jammer is dat er zo weinig dames overblijven die het dragen. Maar omdat het me op sommige dagen zo fijn lijkt om zonder iets te zeggen wel te kunnen tonen dat je rouwt. Er zijn van die dagen dat ik pislink wordt van andere mensen en het liefste iedereen voor de kop sla maar het niet doe. Want ik wil slaan omdat ik rouw. Omdat ik mijn emoties niet onder controle heb. Als ik gewoon door de stad loop kan niemand zien dat ik rouw. Niemand. En ja, op die momenten verlang ik naar paarse stoffen om te dragen. Het zou nu nog donker paars zijn. Diepe rouw. Over een jaar of twee zou er steeds meer wit tussen de bloemmotieven komen. Lichtere rouw.
Ik zie mezelf nooit in klederdracht lopen maar het dragen van paars wanneer je in rouw bent is iets wat me ontzettend raakt. Het zou toch, bepaalde dagen, zoveel makkelijker zijn als iemand aan de kleur van je kleding ziet dat je rouwt. Maar al die andere dagen wil je liever dat niemand het ziet en doorgaan met het leven.
zaterdag 28 augustus 2010
woensdag 25 augustus 2010
All I know is that I really would have loved to tell you about the things I did today
Er gaan genoeg woorden om in mijn hoofd. Er zijn bepaalde dingen gebeurd die me weer aan het denken zetten en ik mis je. Ach ja, ik mis je zo. Het missen lijkt al niet meer op te vallen maar soms is het gemis nog even sterker dan het dagelijkse missen. Ik mis je vaak, veel, continue. Ja ik mis je papa.
Mild. Dat is het woordje wat door mijn hoofd spookt. Gister had ik een gesprek met mijn manager over jou en zijn vader, over verdriet, gemis, koesteren. Mild. 'Het is ook mild. De dood.' Ik keek hem vragend aan. 'Nou, het milde aan de dood is dat je nooit meer ruzie met je vader kan maken.' Ik probeer te glimlachen want ergens heeft hij gelijk. Ik snap wat hij bedoeld met mild al vraag ik me af of ik nooit meer ruzie met je zou willen maken. Nee natuurlijk had ik nooit meer ruzie met je willen maken maar als dat had betekend dat ik je al ruzie makend levend had kunnen zien. Dan weet ik niet wat ik had gekozen. Ja, de dood is mild want ja, ik zou liever nooit meer ruzie kunnen maken dan je levend hebben en pijn doen in een ruzie. Hoe groot mijn gemis ook is, ik wil je nooit, nooit, nooit meer pijn doen. Nooit meer. Echt niet.
Vorige week overleed de schoonzoon van één van de bezoeksters van mijn computerclub. De dame van 93 is zelf op 58e jarige leeftijd weduwe geworden en nu ziet ze hoe haar dochter van 60 zelf weduwe wordt. Ik heb haar een kaartje gestuurd en ik had zoveel meer willen zeggen. Ik voel zo met haar mee. Niet alleen om het verlies van haar schoonzoon maar om te moeten zien hoe je eigen dochter hetzelfde leed overkomt als je zelf hebt moeten ondergaan. Dat lijkt me zo hartverscheurend. En dan denk ik aan mama en hoe ik missen ooit op mijn 56e mijn man ga verliezen en hoe hard dat haar in haar gezicht zal slaan. Dat zijn van die dingen die me bezig houden. Die er voor zorgen dat ik je mis en het wel weer 9 april mag zijn en nooit de 10e zal worden.
Mild. Dat is het woordje wat door mijn hoofd spookt. Gister had ik een gesprek met mijn manager over jou en zijn vader, over verdriet, gemis, koesteren. Mild. 'Het is ook mild. De dood.' Ik keek hem vragend aan. 'Nou, het milde aan de dood is dat je nooit meer ruzie met je vader kan maken.' Ik probeer te glimlachen want ergens heeft hij gelijk. Ik snap wat hij bedoeld met mild al vraag ik me af of ik nooit meer ruzie met je zou willen maken. Nee natuurlijk had ik nooit meer ruzie met je willen maken maar als dat had betekend dat ik je al ruzie makend levend had kunnen zien. Dan weet ik niet wat ik had gekozen. Ja, de dood is mild want ja, ik zou liever nooit meer ruzie kunnen maken dan je levend hebben en pijn doen in een ruzie. Hoe groot mijn gemis ook is, ik wil je nooit, nooit, nooit meer pijn doen. Nooit meer. Echt niet.
Vorige week overleed de schoonzoon van één van de bezoeksters van mijn computerclub. De dame van 93 is zelf op 58e jarige leeftijd weduwe geworden en nu ziet ze hoe haar dochter van 60 zelf weduwe wordt. Ik heb haar een kaartje gestuurd en ik had zoveel meer willen zeggen. Ik voel zo met haar mee. Niet alleen om het verlies van haar schoonzoon maar om te moeten zien hoe je eigen dochter hetzelfde leed overkomt als je zelf hebt moeten ondergaan. Dat lijkt me zo hartverscheurend. En dan denk ik aan mama en hoe ik missen ooit op mijn 56e mijn man ga verliezen en hoe hard dat haar in haar gezicht zal slaan. Dat zijn van die dingen die me bezig houden. Die er voor zorgen dat ik je mis en het wel weer 9 april mag zijn en nooit de 10e zal worden.
donderdag 12 augustus 2010
'Laat dit stoppen' - tranen
Tranen, tranen en nog meer tranen. Ik wil niet dat je dood bent. Ik wil het echt niet. Ik zou willen dat er een manier was om dit te kunnen stoppen. Vandaag nog als het kan.
Ik ben moe van het zoeken en het steeds maar weer niet vinden. Het zijn de kleine dingen die zo vreselijk veel zeer doen. Het is de hardnekkige hoop dat je weer terug komt die slopend is. Als ik mijn laptop pak en er zit een gevouwen briefje klem schiet er in een kort moment door mijn hoofd dat hij van jou kan zijn. Dat is die hoop, de hoop je ergens te vinden, met jouw woorden, je stem, je aanwezigheid. Maar nog voor ik het briefje goed en wel open heb weet ik al dat het niet van jou is. Het kan niet van jou zijn. Dat zijn de momenten die je zo hard en zo vol in het gezicht slaan. Het doet zeer papa. Dat zijn ook de momenten waarop ik hoop dat jij ons niet kan zien. Dat er een grens is tussen de hemel en hier. Ik wil niet dat je mij zo ziet. Ik wil niet dat je mijn tranen ziet, ik wil niet dat je mijn wanhoop en woede ziet, mijn gemis en onmacht. Ik wil niet dat je ziet hoe ik lijk te verstikken in dit brok rouw wat ik maar niet doorgeslikt krijg. Hele rauwe rouw.
Het is een huildag en ik weet niet waar ik het zoeken moet. Moe van het zoeken naar jou en het voor af al weten dat ik je nooit meer vinden ga. Ik wil je roepen maar het geeft geen zin. Ik wil naar je toe maar niet naar je graf. Ik wil naar jou. Ik wil jou papa. Jou! Geen stom graf, geen verse bloemen die in een paar dagen alweer dood zijn. Geen briefjes die nooit van jou kunnen zijn, niet de brief van de begrafenisondernemer die de realiteit in mijn gezicht duwt. Ik wil jou. Hoe moeilijk is dat? Ik wil gewoon mijn eigen papa.
Ik wil je hier en nergens anders. Ik wil de tranen niet, ik wil dat je thuiskomt. Ik wil dat dit stopt. Alles moet stoppen. De pijn, het gemis, het rouwen, de leegte, de woede, de onmacht. Alles. Maar alleen op voorwaarde dat jij terug komt. Alleen dan mag alles stoppen.
Ik ben moe van het zoeken en het steeds maar weer niet vinden. Het zijn de kleine dingen die zo vreselijk veel zeer doen. Het is de hardnekkige hoop dat je weer terug komt die slopend is. Als ik mijn laptop pak en er zit een gevouwen briefje klem schiet er in een kort moment door mijn hoofd dat hij van jou kan zijn. Dat is die hoop, de hoop je ergens te vinden, met jouw woorden, je stem, je aanwezigheid. Maar nog voor ik het briefje goed en wel open heb weet ik al dat het niet van jou is. Het kan niet van jou zijn. Dat zijn de momenten die je zo hard en zo vol in het gezicht slaan. Het doet zeer papa. Dat zijn ook de momenten waarop ik hoop dat jij ons niet kan zien. Dat er een grens is tussen de hemel en hier. Ik wil niet dat je mij zo ziet. Ik wil niet dat je mijn tranen ziet, ik wil niet dat je mijn wanhoop en woede ziet, mijn gemis en onmacht. Ik wil niet dat je ziet hoe ik lijk te verstikken in dit brok rouw wat ik maar niet doorgeslikt krijg. Hele rauwe rouw.
Het is een huildag en ik weet niet waar ik het zoeken moet. Moe van het zoeken naar jou en het voor af al weten dat ik je nooit meer vinden ga. Ik wil je roepen maar het geeft geen zin. Ik wil naar je toe maar niet naar je graf. Ik wil naar jou. Ik wil jou papa. Jou! Geen stom graf, geen verse bloemen die in een paar dagen alweer dood zijn. Geen briefjes die nooit van jou kunnen zijn, niet de brief van de begrafenisondernemer die de realiteit in mijn gezicht duwt. Ik wil jou. Hoe moeilijk is dat? Ik wil gewoon mijn eigen papa.
Ik wil je hier en nergens anders. Ik wil de tranen niet, ik wil dat je thuiskomt. Ik wil dat dit stopt. Alles moet stoppen. De pijn, het gemis, het rouwen, de leegte, de woede, de onmacht. Alles. Maar alleen op voorwaarde dat jij terug komt. Alleen dan mag alles stoppen.
dinsdag 10 augustus 2010
"Is dit een foute film of zitten wij in een foute film?"
Dat is wat mama mij vanavond vroeg. Er stond een film op waarin een vrouw aan de deur te horen krijgt dat haar man is opgekomen bij een ongeluk. Ik zie hoe mama kijkt naar de scène, anders dan ze ooit naar zo'n vaak voorkomende scène heeft gekeken. Ik ken haar goed genoeg om te zien dat ze mij ziet staan. Ze ziet niet de scène van deze film, maar de scène waarin ik de deur open in onze eigen foute film.
Ik probeer luchtig te kijken naar die film. Maar in mijn hoofd streep ik dingen af. Wat er daar anders gaat dan er 4 maanden geleden bij mij ging. De politieman blijft voor de deur staan, verteld zijn verhaal en gaat na het 'Nee' antwoord op de 'Kan ik wat voor u doen?' vraag weg. Dan staat ze alleen in de deuropening. Ik antwoordde op mama haar vraag "Allebei, dit is een foute film en wij zitten in onze eigen foute film." Want zo is het. Maar voor het eerst besef ik me dat de politieagenten die in onze film zaten niet beter voor ons hadden kunnen zijn. Met zijn tweeën, ze vroegen binnen te mogen komen. Kwamen bij me zitten. Lieten me zitten, huilen en met zijn drieën gewoon even stil zijn. Ze gaven me de informatie van waar jij nu was en of er nog meer in huis waren. Ze vingen mama en je jongste zoon op. Later kreeg ik van beide agenten de telefoonnummers voor vragen. Van de één zelfs haar privé nummer. Weet je hoe vaak ik op het punt heb gestaan haar te bellen pap. Haar nummer zit nog altijd in mijn portemonee. Maar bellen heb ik nooit gedaan. Omdat ik niet weet wat ik moet vragen of zeggen. Al weet ik een paar vragen maar daar zal zij geen antwoord op hebben en op de andere vragen zou ik het echte antwoord niet willen horen. Dus heb ik nooit gebeld.
Vandaag is het vier maanden geleden en die vier maanden vallen zwaar. Ik lees om het bericht op mama haar web-log. Ik huil. Het waren de eerste tranen van deze vierde keer 'De 10e van een maand' Ik besluit vroeg naar jouw graf te gaan maar als ik daar aankom en over de begraafplaats kijk zie ik hoe druk het is. Allemaal in en rond jouw laantje. Drie familieleden voor iemand anders, 2 graafmachines en 3 medewerkers. De laantjes naast jou komen steeds voller. Steeds meer nieuwe mensen. Nu ligt er een jong meisje, de leeftijd van je middelste zoon en dat stak even. De drie familieleden praten met elkaar terwijl ik hier zo graag alleen met jou had willen zijn. "Alweer twee jaar." zeggen ze te hard. Die ene zin die steekt in mijn hart en eigenlijk wil ik naar ze toelopen en zeggen "Twee jaar? Vier maanden bedoel je. Vier maanden pas!" Maar ik doe niks, ik hou me in, ik pluk nijdig aan de uitgebloeide bloemetjes en loop na een paar minuten al weg.
Ik zocht jou hier vanochtend maar vind alleen maar andere mensen. Ik zoek je op het Enghenbergje waar ik ben gaan zitten met mijn papier. Ik schrijf je een brief. De wind waait hier extra hard langs mijn wangen en ik glimlach. Ik weet best dat je er bent papa. Hoe kan jij er nou niet zijn. Hoe zou dat nou ooit kunnen... Ik schrijf, ik huil, jij blijft mijn wangen maar aaien met de koude wind. Het is een moeilijke dag maar we komen hem weer door. Zoals we de rest van alle komende tijd door moeten komen.
Ik probeer luchtig te kijken naar die film. Maar in mijn hoofd streep ik dingen af. Wat er daar anders gaat dan er 4 maanden geleden bij mij ging. De politieman blijft voor de deur staan, verteld zijn verhaal en gaat na het 'Nee' antwoord op de 'Kan ik wat voor u doen?' vraag weg. Dan staat ze alleen in de deuropening. Ik antwoordde op mama haar vraag "Allebei, dit is een foute film en wij zitten in onze eigen foute film." Want zo is het. Maar voor het eerst besef ik me dat de politieagenten die in onze film zaten niet beter voor ons hadden kunnen zijn. Met zijn tweeën, ze vroegen binnen te mogen komen. Kwamen bij me zitten. Lieten me zitten, huilen en met zijn drieën gewoon even stil zijn. Ze gaven me de informatie van waar jij nu was en of er nog meer in huis waren. Ze vingen mama en je jongste zoon op. Later kreeg ik van beide agenten de telefoonnummers voor vragen. Van de één zelfs haar privé nummer. Weet je hoe vaak ik op het punt heb gestaan haar te bellen pap. Haar nummer zit nog altijd in mijn portemonee. Maar bellen heb ik nooit gedaan. Omdat ik niet weet wat ik moet vragen of zeggen. Al weet ik een paar vragen maar daar zal zij geen antwoord op hebben en op de andere vragen zou ik het echte antwoord niet willen horen. Dus heb ik nooit gebeld.
Vandaag is het vier maanden geleden en die vier maanden vallen zwaar. Ik lees om het bericht op mama haar web-log. Ik huil. Het waren de eerste tranen van deze vierde keer 'De 10e van een maand' Ik besluit vroeg naar jouw graf te gaan maar als ik daar aankom en over de begraafplaats kijk zie ik hoe druk het is. Allemaal in en rond jouw laantje. Drie familieleden voor iemand anders, 2 graafmachines en 3 medewerkers. De laantjes naast jou komen steeds voller. Steeds meer nieuwe mensen. Nu ligt er een jong meisje, de leeftijd van je middelste zoon en dat stak even. De drie familieleden praten met elkaar terwijl ik hier zo graag alleen met jou had willen zijn. "Alweer twee jaar." zeggen ze te hard. Die ene zin die steekt in mijn hart en eigenlijk wil ik naar ze toelopen en zeggen "Twee jaar? Vier maanden bedoel je. Vier maanden pas!" Maar ik doe niks, ik hou me in, ik pluk nijdig aan de uitgebloeide bloemetjes en loop na een paar minuten al weg.
Ik zocht jou hier vanochtend maar vind alleen maar andere mensen. Ik zoek je op het Enghenbergje waar ik ben gaan zitten met mijn papier. Ik schrijf je een brief. De wind waait hier extra hard langs mijn wangen en ik glimlach. Ik weet best dat je er bent papa. Hoe kan jij er nou niet zijn. Hoe zou dat nou ooit kunnen... Ik schrijf, ik huil, jij blijft mijn wangen maar aaien met de koude wind. Het is een moeilijke dag maar we komen hem weer door. Zoals we de rest van alle komende tijd door moeten komen.
vrijdag 6 augustus 2010
Het spijt me echt dat ik het zeg maar ik heb donker in mijn hoofd...
De zin die al ruim een maand in mijn hoofd zit. Hij zit vast in mijn hoofd want hij is waar. Thomas zingt dat je alleen van iets mag genieten als je ook beloofd het weer voorbij te laten gaan. En dat is waar. Maar deze zin, het donker hebben in mijn hoofd, dat is nog meer waar. Het overvalt me elke dag weer. Het besef van het donker hebben.
Misschien is dat de reden dat ik hier in het donker zit en dat nummer op repeat heb gezet. Alleen maar om die zin steeds terug te horen. Ik huil om alle woorden van de afgelopen (bijna) vier maanden. Ik heb heel wat afgeschreven. Ergens ben ik blij dat ik de dagen na jouw overlijden zo uitgebreid heb opgeschreven. Me goed is doen is niet goed verwoord, maar ik vind het 'fijn' om terug te kunnen lezen. Om de dagen terug te halen. Om af en toe even de foto op mijn computer te zoeken. Je staat verstopt 'Ruchama' - 'Afbeeldingen' - 'Papa' - 'Kist' - 'Papa'. Daar vind ik die ene foto. Weggestopt zodat Quintijn hem in die dagen niet per ongeluk op mijn laptop kon zien. Het is de foto van jou, in de kist. Je ogen gesloten. De ijs elementen langs je hoofd, de witte gladden stof. Mama haar gele orchidee voor jou. De kleur van haar trouwjurk. Het ruitje van je blouse. De rimpels bij je ogen. Je lippen die paars begonnen te worden. Je bent dood op de foto, dat is te goed te zien. En toch koester ik deze foto. Om hem af en toe te voor schijn te halen en naar je te kijken. Het was het enige waardevolle na je dood. Jouw ruim 4 dagen bij ons hebben. Heel dicht bij je kunnen zijn. Eindeloze kussen kunnen geven en maar blijven voelen, blijven kijken. In elke vezel van mijn lichaam opnemen dat je daar dood lag. Het is een foto die ik aan niemand en aan iedereen wil laten zien. Er zijn momenten dat ik als een klein meisje met die foto over straat wil lopen en aan iedereen wil laten zien dat jij het bent, dood. Maar alle andere dagen is het mijn foto. Alleen van mij. Koester ik de foto omdat jij het bent. Omdat het is hoe ik je de laatste dagen heb gezien en in mijn herinnering heb vastgelegd. Ondanks dat je dood in de kist lag was je gewoon mijn papa en was ik graag bij je. Ik vond het fijn om je aan te raken, je te beladen met kussen. Het is iets wat ik nu nog mis. Wetende dat ik je niet levend terug kan krijgen verlang ik soms terug naar de kist in de woonkamer. Jou weer hier. Je kunnen aanraken, kussen, je zien. Ik zou je vanavond heel graag weer even terug willen hebben.
Misschien is dat de reden dat ik hier in het donker zit en dat nummer op repeat heb gezet. Alleen maar om die zin steeds terug te horen. Ik huil om alle woorden van de afgelopen (bijna) vier maanden. Ik heb heel wat afgeschreven. Ergens ben ik blij dat ik de dagen na jouw overlijden zo uitgebreid heb opgeschreven. Me goed is doen is niet goed verwoord, maar ik vind het 'fijn' om terug te kunnen lezen. Om de dagen terug te halen. Om af en toe even de foto op mijn computer te zoeken. Je staat verstopt 'Ruchama' - 'Afbeeldingen' - 'Papa' - 'Kist' - 'Papa'. Daar vind ik die ene foto. Weggestopt zodat Quintijn hem in die dagen niet per ongeluk op mijn laptop kon zien. Het is de foto van jou, in de kist. Je ogen gesloten. De ijs elementen langs je hoofd, de witte gladden stof. Mama haar gele orchidee voor jou. De kleur van haar trouwjurk. Het ruitje van je blouse. De rimpels bij je ogen. Je lippen die paars begonnen te worden. Je bent dood op de foto, dat is te goed te zien. En toch koester ik deze foto. Om hem af en toe te voor schijn te halen en naar je te kijken. Het was het enige waardevolle na je dood. Jouw ruim 4 dagen bij ons hebben. Heel dicht bij je kunnen zijn. Eindeloze kussen kunnen geven en maar blijven voelen, blijven kijken. In elke vezel van mijn lichaam opnemen dat je daar dood lag. Het is een foto die ik aan niemand en aan iedereen wil laten zien. Er zijn momenten dat ik als een klein meisje met die foto over straat wil lopen en aan iedereen wil laten zien dat jij het bent, dood. Maar alle andere dagen is het mijn foto. Alleen van mij. Koester ik de foto omdat jij het bent. Omdat het is hoe ik je de laatste dagen heb gezien en in mijn herinnering heb vastgelegd. Ondanks dat je dood in de kist lag was je gewoon mijn papa en was ik graag bij je. Ik vond het fijn om je aan te raken, je te beladen met kussen. Het is iets wat ik nu nog mis. Wetende dat ik je niet levend terug kan krijgen verlang ik soms terug naar de kist in de woonkamer. Jou weer hier. Je kunnen aanraken, kussen, je zien. Ik zou je vanavond heel graag weer even terug willen hebben.
donderdag 5 augustus 2010
met de dood zo onverwacht
maakt herrie tussen alle wanden
’s Nachts schreeuwt het hard
in de kamer vol met jou maar
zonder jouw eigen lichaam
Het is het eerste wat mij wekt,
de stilte die fluistert in mijn oor
er zal nooit meer, meer zijn dan stilte
Jij bent het die de stilte is geworden,
door nooit te zwijgen in geluidloosheid
omring jij je voortdurend met je stilte bij mij
Abonneren op:
Posts (Atom)