dinsdag 10 augustus 2010

"Is dit een foute film of zitten wij in een foute film?"

Dat is wat mama mij vanavond vroeg. Er stond een film op waarin een vrouw aan de deur te horen krijgt dat haar man is opgekomen bij een ongeluk. Ik zie hoe mama kijkt naar de scène, anders dan ze ooit naar zo'n vaak voorkomende scène heeft gekeken. Ik ken haar goed genoeg om te zien dat ze mij ziet staan. Ze ziet niet de scène van deze film, maar de scène waarin ik de deur open in onze eigen foute film.

Ik probeer luchtig te kijken naar die film. Maar in mijn hoofd streep ik dingen af. Wat er daar anders gaat dan er 4 maanden geleden bij mij ging. De politieman blijft voor de deur staan, verteld zijn verhaal en gaat na het 'Nee' antwoord op de 'Kan ik wat voor u doen?' vraag weg. Dan staat ze alleen in de deuropening. Ik antwoordde op mama haar vraag "Allebei, dit is een foute film en wij zitten in onze eigen foute film." Want zo is het. Maar voor het eerst besef ik me dat de politieagenten die in onze film zaten niet beter voor ons hadden kunnen zijn. Met zijn tweeën, ze vroegen binnen te mogen komen. Kwamen bij me zitten. Lieten me zitten, huilen en met zijn drieën gewoon even stil zijn. Ze gaven me de informatie van waar jij nu was en of er nog meer in huis waren. Ze vingen mama en je jongste zoon op. Later kreeg ik van beide agenten de telefoonnummers voor vragen. Van de één zelfs haar privé nummer. Weet je hoe vaak ik op het punt heb gestaan haar te bellen pap. Haar nummer zit nog altijd in mijn portemonee. Maar bellen heb ik nooit gedaan. Omdat ik niet weet wat ik moet vragen of zeggen. Al weet ik een paar vragen maar daar zal zij geen antwoord op hebben en op de andere vragen zou ik het echte antwoord niet willen horen. Dus heb ik nooit gebeld.

Vandaag is het vier maanden geleden en die vier maanden vallen zwaar. Ik lees om het bericht op mama haar web-log. Ik huil. Het waren de eerste tranen van deze vierde keer 'De 10e van een maand' Ik besluit vroeg naar jouw graf te gaan maar als ik daar aankom en over de begraafplaats kijk zie ik hoe druk het is. Allemaal in en rond jouw laantje. Drie familieleden voor iemand anders, 2 graafmachines en 3 medewerkers. De laantjes naast jou komen steeds voller. Steeds meer nieuwe mensen. Nu ligt er een jong meisje, de leeftijd van je middelste zoon en dat stak even. De drie familieleden praten met elkaar terwijl ik hier zo graag alleen met jou had willen zijn. "Alweer twee jaar." zeggen ze te hard. Die ene zin die steekt in mijn hart en eigenlijk wil ik naar ze toelopen en zeggen "Twee jaar? Vier maanden bedoel je. Vier maanden pas!" Maar ik doe niks, ik hou me in, ik pluk nijdig aan de uitgebloeide bloemetjes en loop na een paar minuten al weg.

Ik zocht jou hier vanochtend maar vind alleen maar andere mensen. Ik zoek je op het Enghenbergje waar ik ben gaan zitten met mijn papier. Ik schrijf je een brief. De wind waait hier extra hard langs mijn wangen en ik glimlach. Ik weet best dat je er bent papa. Hoe kan jij er nou niet zijn. Hoe zou dat nou ooit kunnen... Ik schrijf, ik huil, jij blijft mijn wangen maar aaien met de koude wind. Het is een moeilijke dag maar we komen hem weer door. Zoals we de rest van alle komende tijd door moeten komen.

1 opmerking:

  1. Dag Ruchama,
    die film waar je in zit wordt nogwel meer dan duizend keer afgedraaid door jou of voor jou..
    dat is zo vermoeiend hè?!
    De film gaat nooit meer weg maar de lengte van de film zal korter worden en jouw gevoel erop zal wisselend veranderen...
    kracht wens en bid ik je toe,
    vr. gr dop

    BeantwoordenVerwijderen